Een goede uiergezondheid met minder antibiotica – nieuw project onderzoekt selectief behandelen van niet-ernstige klinische mastitis en betere preventie op basis van sneltesten.

Een goede uiergezondheid met minder antibiotica – nieuw project onderzoekt selectief behandelen van niet-ernstige klinische mastitis en betere preventie op basis van sneltesten.

Mastitis is en blijft ook vandaag nog een groot probleem op de Vlaamse melkveebedrijven. Niet alleen wat betreft het welzijn van de koeien en het welzijn van  de Vlaamse melkveehouder (denk aan alle stress en het extra werk) is dat problematisch, ook zaken zoals voedselverspilling, antibioticumgebruik en de economische kost  mogen niet worden vergeten.

Het is bekend dat 26% van de Vlaamse melkkoeien elk jaar minstens 1 maal klinische mastitis doormaakt (Verbeke et al., 2014). Klinische mastitis gaat gepaard met zichtbare afwijkingen (mild: vlokken in de melk; matig: het kwartier is gezwollen en pijnlijk; ernstig: de koe is algemeen ziek en heeft koorts) en moet worden onderscheiden van subklinische mastitis waarbij enkel het celgetal gestegen is maar er geen verder geen symptomen voorkomen. Elk geval van klinische mastitis kost de veehouder ongeveer 458 euro (Heikillä et al., 2012). De kosten worden bepaald door het vervroegd opruimen van de koe, de behandeling, het weggieten van de antibioticummelk en vooral, het verlies in melkproductie.

Koe met een milde klinische mastitis waarbij het geïnfecteerde kwartier rood, gezwollen en pijnlijk is

Zestig tot 70% van het antibioticumgebruik op de Vlaamse melkveebedrijven gaat naar de preventie (30%) en de controle (40%) van mastitis (Stevens, 2018). Als we het antibioticumgebruik willen doen dalen, dan is een betere uiergezondheid via een beter mastitismanagement de start. Daarnaast kunnen we ook slimmer behandelen. Uit recent onderzoek van Dr. Zyncke Lipkens van M-teamUGent blijkt dat door selectief droog te zetten het preventief gebruik al substantieel kan dalen door enkel de koeien die op het moment van droogzetten geïnfecteerd zijn droog te zetten met langwerkende antibiotica (Lipkens, 2019). Dat kan zonder negatieve effecten op uiergezondheid of melkproductie. De overige 40% van het antibioticumgebruik op de Vlaamse melkveebedrijven gaat naar de behandeling van klinische mastitisgevallen tijdens de lactatie. Ook hier kan een slimme benadering helpen om het antibioticumgebruik te doen afnemen zonder negatieve gevolgen voor de uiergezondheid en de melkproductie.

In Amerika maakt men daarvoor gebruik van het zogenaamd selectief behandelen van niet-ernstige klinische mastitis gevallen. Onder niet-ernstige klinische mastitis verstaat men deze gevallen waarbij enkel afwijkingen ter hoogte van de melk en/of uier gezien worden, niet deze waarbij het dier ook (hoge) koorts maakt en algemene symptomen vertoont. Het selectief behandelen is gebaseerd op het inzetten van sneltesten voor kiemdetectie in de dierenartsenpraktijk of op de melkveebedrijven zelf. Hiervoor neemt men een melkstaal van het aangetaste kwartier, waarna de melk geënt wordt op specifieke testmedia die na 24u incuberen afgelezen worden. In de tussentijd wordt er nog niet met antibiotica behandeld, eventueel wel met een ontstekingsremmer. De testmedia tonen al of niet kiemgroei aan. Gram-negatieve kiemen zoals Escherichia coli en Klebsiella spp. zijn vaak al verdwenen op het moment dat het mastitisgeval vastgesteld wordt, wat behandelen met antibiotica overbodig maakt (noch lokaal in de uier, noch via parenterale weg). Ook indien geen groei op de platen vastgesteld wordt, stelt men een behandeling met antibioticum in vraag en laat men deze dus achterwege. Bij aanwezigheid van kiemgroei op de selectiemedia door gram-positieve kiemen (Staphylococcus aureus, Streptococcus uberis, Streptococcus agalactiae en Streptococcus dysgalactiae) is behandeling met antibiotica wel nuttig.

Bacteriegroei op een sneltest voor kiemdetectie bij mastitis

Men kan zich de vraag stellen of deze nieuwe benadering geen nadelige gevolgen heeft voor de productie en de gezondheid van het dier. Een Amerikaanse studie toonde aan dat dit niet het geval is (Lago et al., 2011a, 2011b). Op een aantal melkveebedrijven werden de koeien met niet-ernstige klinische uierontsteking onderverdeeld in twee groepen: een controlegroep waarin alle dieren zoals vanouds direct behandeld werden en een groep waarbij pas na 24u op basis van de resultaten van een sneltest voor kiemdetectie beslist werd om al of niet te behandelen met antibiotica. Er werd geen verschil gevonden in het aantal dagen tot klinische en bacteriologische genezing, in productie, in celgetal en in risico op hervallen. In de selectieve behandelgroep kon de melk daarentegen gemiddeld 1 dag vroeger mee in de tank omdat er niet naar wachttijden moest gekeken worden en ook het antibioticumgebruik en de behandelkosten waren significant lager.

Gezien de druk op de landbouwsector om minder antibiotica te gebruiken – denk aan het in omloop brengen van de benchmarktrapporten –  is ook de melkveesector genoodzaakt om op zoek te gaan naar slimme methoden om dat doel te bereiken. Daarom willen we binnen een pas opgestart VLAIO-Landbouwtraject van vier jaar onderzoeken of selectief behandelen van niet-ernstige klinische mastitis aan de hand van sneltesten ook op onze Vlaamse melkveebedrijven toepasbaar is. Binnen het project zullen we via een twee jaar durende veldstudie 50 Vlaamse melkveebedrijven opvolgen. De helft van de niet-ernstige klinische mastitis gevallen zal behandeld worden zoals vanouds en de andere helft wordt selectief behandeld op basis van het resultaat van een sneltest uitgevoerd door de dierenartsenpraktijk. Zo willen wij aan de hand van wetenschappelijk onderzoek nagaan wat de gevolgen van selectieve behandeling van niet-ernstige klinische mastitis op Vlaamse bodem zijn en het concept introduceren in de ganse Vlaamse melkveehouderij. Daarnaast zullen de resultaten van de sneltesten inzichten verschaffen over het management en waar verbetering mogelijk is om op termijn via preventie te komen tot minder mastitis. Preventie blijft namelijk altijd de beste behandeling. De deelnemende melkveebedrijven zullen via Vlaamse dierenartsenpraktijken die een melklabo willen opzetten of een bestaand lab beter willen benutten, worden benaderd.

Wij zijn binnen dit project op zoek naar tiental vooruitstrevende dierenartsenpraktijken die met ons in dit project willen stappen. Wij zullen gedurende deze studie, een twee jaar durende veldstudie uitvoeren op 50 door jullie aangebrachte melkveebedrijven. Daarnaast zullen de dierenartsen van dichtbij begeleid en ondersteund worden rond het opzetten en gebruiken van het melklabo, het interpreteren en communiceren van de testresultaten en het implementeren van deze gegevens in de specifieke behandel- en preventieplannen op de deelnemende melkveebedrijven. Dit vormt de basis voor de ontwikkeling van een nieuw businessmodel voor uw praktijk. Binnen dit project zullen de dierenartsen ondersteund worden door het M-teamUGent en DGZ en zal er met de deelnemende collega’s gebrainstormd worden over hoe dit nieuwe businessmodel in de praktijk te brengen.

Wij zoeken daarom enthousiaste rundveedierenartsen met een even enthousiast melkveecliënteel. U beschikt binnen uw praktijk reeds over een melklabo of u bent bereid om hierin te investeren? U kunt minstens drie melkveehouders die beschikken over MPR-gegevens en bereid zijn om de door ons gevraagde gegevens bij te houden, overtuigen om samen in deze studie te stappen? Indien wel, neem dan snel contact met ons op via lien.creytens@Ugent.be

Wij hopen met dit project via een goede samenwerking tussen melkveehouders en dierenartsen te komen tot betere bedrijfseconomische resultaten, minder voedselverspilling, meer arbeidsvreugde en een beter dierenwelzijn, en dat samen met een verminderd antibioticumgebruik.

Bij interesse of vragen, aarzel dan niet om contact op te nemen via Lien.creytens@UGent.be of info@koesensor.be

DIT PROJECT IS EEN INITIATIEF VAN VOLGENDE PARTNERS

EN IS MOGELIJK DANKZIJ FINANCIERING VANUIT

Referenties

AM, H., JI, N., & S, P. (2012). Costs of clinical mastitis with special reference to premature culling. Journal of Dairy Science, 95(1), 139–150. https://doi.org/10.3168/JDS.2011-4321

Lago, A., Godden, S. M., Bey, R., Ruegg, P. L., & Leslie, K. (2011a). The selective treatment of clinical mastitis based on on-farm culture results: I. Effects on antibiotic use, milk withholding time, and short-term clinical and bacteriological outcomes. Journal of Dairy Science, 94(9), 4441–4456. https://doi.org/10.3168/JDS.2010-4046

Lago, A., Godden, S. M., Bey, R., Ruegg, P. L., & Leslie, K. (2011b). The selective treatment of clinical mastitis based on on-farm culture results: II. Effects on lactation performance, including clinical mastitis recurrence, somatic cell count, milk production, and cow survival. Journal of Dairy Science, 94(9), 4457–4467. https://doi.org/10.3168/JDS.2010-4047

Lipkens, Z., & Piepers, S. (n.d.). Selectively Drying Off Dairy Cows Impact on Future Performance and Antimicrobial Consumption.

Stevens, M. (2018). Antimicrobial consumption on Flemish dairy herds: quantification, associated factors and mastitis management input as a basis for appropriate use.

Verbeke, J., Piepers, S., Supré, K., & de Vliegher, S. (2014). Pathogen-specific incidence rate of clinical mastitis in Flemish dairy herds, severity, and association with herd hygiene. Journal of Dairy Science, 97(11), 6926–6934. https://doi.org/10.3168/JDS.2014-8173

Reageren is niet mogelijk.