Gedragswijzigingen op het einde van de dracht indicator voor het risico op problemen na afkalven 

Gedragswijzigingen op het einde van de dracht indicator voor het risico op problemen na afkalven 

Kunnen we aan de hand van het gedrag voor afkalven afleiden of melkkoeien risico lopen op het ontwikkelen van complicaties of ziekten na afkalven? Kunnen we met andere woorden risicodieren vroegtijdig identificeren? Deze vraag houdt niet alleen Vlaamse onderzoeksinstellingen bezig, bijvoorbeeld binnen het Veerkrachtproject, ook Spaanse onderzoekers bogen zich hierover.

Tijdens een onderzoek werd gedurende de laatste drie weken voor kalven het gedrag van 489 multipare Holsteinkoeien gemonitord met behulp van activiteitsmeters. Volgende parameters werden geregistreerd:

  • aantal stappen
  • de tijd die ze spendeerden aan het voerhek
  • het aantal keer dat ze kwamen eten
  • het aantal keer dat ze gingen liggen
  • de ligtijd

De eerste 30 dagen na kalven werd de gezondheid van de dieren gemonitord met focus op metritis, mastitis, het opblijven van de nageboorte, lebmaagdraaiingen, ketose en kalfziekte (hypocalcemie). Bij 345 dieren werd geen ziekte vastgesteld, de overige 144 kregen wel één of meerdere van bovenstaande aandoeningen. 

Gedrag in laatste week voor kalven geeft informatie over het risico op postpartum aandoeningen

Gedurende de laatste drie weken van de dracht bleek geen verschil te bestaan in het gedrag van dieren die na kalven wel of niet gediagnosticeerd werden met een ziekte. Hetzelfde geldt voor het gedrag in de laatste week voor kalven (d-8 tot d-2).  

Er werden wel verschillen vastgesteld in de gedragsparameters een week voor kalven wanneer er naar de aandoeningen apart gekeken werd en men het gedrag van de dieren die deze kregen vergeleek met dat van de dieren die gezond bleven. Welke parameters afwijken is afhankelijk van de ziekte die na kalven optreedt.

Aandoening na kalvenGedragsverschil tijdens laatste week dracht tov dieren die na kalven gezond bleven
MetritisVaker liggen (+21%)
LebmaagdraaiingMinder vaak eten (-24%) Minder stappen (-18%)
KetoseMinder vaak eten (-22%) Minder tijd aan het voerhek (-40%)

Dit en eerdere onderzoeken bevestigen dat gedragsveranderingen op het einde van de dracht gebruikt kunnen worden voor het voorspellen van het risico op metritis, lebmaagdraaiing en ketose. Een vroege detectie van deze aandoeningen laat een vroege en snelle interventie toe waardoor de negatieve effecten op melkproductie en vruchtbaarheid verminderd kunnen worden. Hierdoor kan een vervroegde afvoer voorkomen worden en verhoogt ook het dierenwelzijn.

Risicodieren vroegtijdig identificeren

Een volgende stap is het ontwikkelen van algoritmen die attenties genereren die de melkveehouder helpen bij het identificeren van risicodieren. In een tweede deel van het onderzoek werden daarom voorspellingsmodellen gemaakt. De modellen voor lebmaagdraaiingen en ketose hadden de beste resultaten. Het model voor lebmaagdraaiingen is gebaseerd op de tijd die het dier tijdens de laatste week van haar dracht spendeert aan het voederhek. Het model voor het voorspellen van ketose is gebaseerd op de tijd aan het voederhek en het aantal keer dat het dier kwam eten.

De sensitiviteit, specificiteit, nauwkeurigheid, het percentage vals positieven en het percentage dieren dat ten onrechte als risicodier werd geïdentificeerd in beide modellen worden weergegeven in tabel 1.

* binnen een rij betekent dat het significant verschilt van de gezonde dieren (P < 0.05)
╪ binnen een rij betekent dat het significant verschilt van de gezonde dieren (P < 0.10)
Tabel 1: Least squares gemiddelden en standaard error van de verschillende gedragsparameters bij koeien die gezond bleven na kalven en van zieke dieren geregistreerd tussen dag -8 en dag -2 voor kalven.

Dit onderzoekt toont aan dat er verschillen zijn in het gedrag tijdens de laatste week van de dracht tussen dieren die na afkalven gezond blijven en dieren die metritis, lemaagdraaiing of ketose ontwikkelen. Bij dieren met mastitis of waarbij de placenta opbleef werd geen afwijkend gedrag vastgesteld de laatste week voor kalven. Voorspellingsmodellen zijn in staat om koeien te classificeren als risicodier voor zowel ketose als voor lebmaagdraaiingen op basis van de accelerometerdata van 1 week voor kalven. Deze modellen kunnen gebruikt worden om managementbeslissingen te ondersteunen al is verdere verfijning noodzakelijk om het percentage fout geklasseerde dieren te verminderen.

Referentie:

Belaid, M.A., Rodriguez-Prado, M., Lopez-Suarez, M., Rodriguez-Prado, D.V., Calsamiglia, S. (2021). Prepartum behavior changes in dry Holstein cows at risk of postpartum diseases. Journal of Dairy Science Vol. 104 No. 4

Reageren is niet mogelijk.